main | random | psalm | spreuk | populair | help

Psalmen 47
God triomfeert
1 Een psalm, voor de koorleider, van de zonen van Korach.
2 Alle volken, klap in de handen;
juich voor God met luide vreugdezang.
3 Want de HEERE, de Allerhoogste, is ontzagwekkend,
een groot Koning over de hele aarde.
4 Hij onderwerpt volken aan ons,
Hij brengt natiën onder onze voeten.
5 Hij kiest voor ons ons erfelijk bezit uit:
de glorie van Jakob, die Hij heeft liefgehad. Sela
6 God vaart op onder gejuich,
de HEERE vaart op onder bazuingeschal.
7 Zing psalmen voor God, zing psalmen,
zing psalmen voor onze Koning, zing psalmen,
8 want God is Koning over heel de aarde;
zing psalmen met een onderwijzing.
9 God regeert over de heidenvolken;
God zit op Zijn heilige troon.
10 De edelen van de volken voegen zich
bij het volk van de God van Abraham;
want de schilden van de aarde zijn van God.
Hij is zeer hoog verheven!


Psalmen 48
1 Een lied, een psalm, van de zonen van Korach.
2 De HEERE is groot en zeer te prijzen,
in de stad van onze God, op Zijn heilige berg.

main | random | psalm | spreuk | populair | help

Psalmen 48:3
Mooi van ligging,
een vreugde voor heel de aarde,
is de berg Sion aan de noordzijde,
de stad van de grote Koning!


4 God is in haar paleizen;
Hij is er bekend als een veilige vesting.
5 Want zie, koningen hadden zich verzameld,
zij waren samen opgetrokken.
6 Zodra zij de stad zagen, waren zij verbijsterd,
zij werden door schrik overmand, zij haastten zich weg.
7 Huiver greep hen daar aan,
smart als van een barende vrouw.
8 Met een oostenwind breekt U
de schepen van Tarsis stuk.
9 Zoals wij het gehoord hadden,
zo hebben wij het gezien
in de stad van de HEERE van de legermachten,
in de stad van onze God:
God zal haar stand doen houden tot in eeuwigheid. Sela
10 O God, wij gedenken Uw goedertierenheid
in het midden van Uw tempel.
11 Zoals Uw Naam is, o God,
zo is Uw roem,
tot aan de einden der aarde;
Uw rechterhand is vol gerechtigheid.
12 Laat de berg Sion zich verblijden;
laat de dochters van Juda zich verheugen omwille van Uw oordelen.
13 Ga rondom Sion en loop eromheen,
tel haar torens,
14 richt uw hart op haar vestingwal,
kijk nauwkeurig naar haar paleizen
om het aan de volgende generatie te vertellen.
15 Want deze God is onze God,
eeuwig en altijd;
Híj zal ons leiden tot de dood toe.


Psalmen 49
Vergankelijkheid van aardse rijkdom
1 Een psalm, voor de koorleider, van de zonen van Korach.
2 Hoor dit, alle volken,
neem het ter ore, alle bewoners van de wereld,
3 zowel eenvoudigen als aanzienlijken,
rijk en arm samen.
4 Mijn mond zal enkel wijsheid spreken,
en de overdenking van mijn hart zal vol inzicht zijn.
5 Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk,
ik zal mijn verborgenheden onthullen bij harpspel.
6 Waarom zou ik bevreesd zijn in dagen van onheil,
wanneer de onrechtvaardigen mij op de hielen zitten en mij omringen?
7 Zij vertrouwen op hun vermogen
en beroemen zich op hun grote rijkdom.
8 Niemand van hen kan zijn broeder metterdaad verlossen,
hij kan God zijn losgeld niet geven.
9 De losprijs voor hun leven is immers te kostbaar
en zal voor eeuwig ontoereikend zijn.
10 Hij zou dan voor altijd verder leven,
en het verderf niet zien.
11 Want hij ziet dat wijzen sterven,
dat een dwaas en een onverstandige samen omkomen
en hun vermogen aan anderen nalaten.
12 Hun diepste gedachte is dat hun huizen voor eeuwig zullen bestaan,
hun woningen van generatie op generatie;
zij noemen de landen naar hun naam.
13 Toch blijft de mens, in al zijn aanzien, niet bestaan;
hij wordt gelijk aan de dieren, die vergaan.
14 Deze weg die zij gaan, is hun dwaasheid;
toch scheppen hun nakomelingen behagen in hun woorden. Sela
15 Als schapen zet men hen in het graf,
de dood zal hen weiden.
De oprechten zullen in de morgen over hen heersen,
het graf zal hun gestalte doen wegteren, ver van hun woning.
16 Maar God zal mijn ziel verlossen uit de greep van het graf,
want Hij zal mij opnemen. Sela
17 Wees niet bevreesd, wanneer een man rijk wordt,
wanneer de eer van zijn huis groot wordt,
18 want bij zijn sterven zal hij niets van dat alles meenemen,
zijn eer zal hem in het graf niet nadalen.
19 Al prijst hij zich in zijn leven gelukkig,
al looft men u, omdat u zichzelf te goed doet,
20 toch zal hij komen tot het geslacht van zijn vaderen;
voor altijd zullen zij het licht niet zien.
21 De mens, die wel in aanzien is, maar geen inzicht heeft,
wordt gelijk aan de dieren, die vergaan.

main | random | psalm | spreuk | populair | help