main | random | psalm | spreuk | populair | help

Job 35
Derde deel van de toespraak van Elihu
1 Verder antwoordde Elihu en zei:
2 Beschouw je dat als recht, dat je gezegd hebt:
Mijn gerechtigheid is meer dan die van God?
3 Want je zegt: Wat baat het je?
In welk opzicht geeft dit mij meer voordeel dan wanneer ik zondig?
4 Ík zal met woorden antwoord geven,
en je vrienden met je.
5 Kijk naar de hemel en zie,
en aanschouw de wolken, die hoger zijn dan jij.
6 Als je zondigt, wat doe je dan tegen Hem?
Als je overtredingen talrijk zijn, wat doe je Hem daarmee aan?
7 Als je rechtvaardig bent, wat geef je Hem daarmee,
of wat ontvangt Hij uit jouw hand?
8 Je goddeloosheid zou zijn tegen een man zoals jij,
en je rechtvaardigheid zou zijn ten bate van een mensenkind.
9 Vanwege de vele verdrukkingen laten zij de onderdrukten om hulp roepen;
zij schreeuwen het uit vanwege de arm van de groten.
10 Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker,
Die psalmen geeft in de nacht?
11 Die ons meer wijsheid bijbrengt dan de dieren op de aarde,
en ons wijzer maakt dan de vogels in de lucht?
12 Daar roepen zij, maar Hij antwoordt niet,
vanwege de trots van de kwaaddoeners.
13 Zeker zal God de leugen niet verhoren,
en de Almachtige zal die niet aanschouwen.
14 Zo is het ook wanneer je zegt dat je Hem niet waarneemt.
Er is echter een rechtszaak voor Zijn aangezicht, wacht dan op Hem.
15 Welnu, omdat Zijn toorn niet gestraft heeft,
en omdat Hij weinig aandacht aan de dwaasheid heeft geschonken,
16 heeft Job met vluchtigheid zijn mond geopend,
en zonder kennis woorden vermenigvuldigd.


Job 36
1 Elihu ging verder en zei:
2 Wacht een ogenblik op mij, en ik zal je vertellen
dat er voor God nog meer woorden zijn.
3 Ik zal mijn gevoelen van ver halen,
en mijn Schepper gerechtigheid geven.
4 Want werkelijk, mijn woorden zijn geen leugen;
iemand die oprecht van gevoelen is, is hier bij je.
5 Zie, God is machtig, maar Hij veracht niets;
machtig is de kracht van Zijn hart.
6 Hij laat de goddeloze niet leven,
en Hij verschaft ellendigen recht.
7 Hij trekt Zijn ogen niet af van de rechtvaardige,
maar Hij plaatst hen voor altijd met koningen op de troon,
en zij worden verheven.
8 En als zij met ketenen gebonden zijn,
gevangen in banden van ellende,

main | random | psalm | spreuk | populair | help

Job 36:9
dan maakt Hij hun werk aan hen bekend,
en hun overtredingen, omdat die de overhand genomen hebben.


10 Hij opent hun oor voor Zijn vermaning,
en zegt dat zij zich bekeren moeten van het onrecht.
11 Als zij luisteren en Hem dienen,
zullen zij hun dagen eindigen in het goede,
en hun jaren vol lieflijkheid.
12 Maar als zij niet luisteren, komen zij om door een werpspies,
en geven zij de geest zonder kennis.
13 Mensen met een huichelachtig hart hopen toorn op;
zij roepen niet om hulp, als Hij hen gebonden heeft.
14 Hun ziel zal in hun jeugd sterven,
en hun leven onder de schandknapen eindigen.
15 God redt de ellendige in zijn ellende,
en in de onderdrukking opent Hij hun oor.
16 Zo heeft Hij ook jou weggelokt uit de mond van de benauwdheid
naar de ruimte waarin geen beklemming is,
en het gerecht van je tafel vol vet is.
17 Maar je bent vol van de rechtszaak van de goddeloze;
de rechtszaak en het recht houden je vast.
18 Pas ervoor op dat woede je niet aanzet tot spot,
zodat een groot losgeld de straf van jou niet zou kunnen afwenden.
19 Zou Hij je rijkdom waarderen, zodat je niet in benauwdheid komt,
of al je krachtsinspanningen?
20 Snak niet naar de nacht
waarin de volken weggaan van hun plaats.
21 Pas op, wend je niet tot onrecht,
omdat je die zou verkiezen boven de ellende.
22 Zie, God is hoogverheven door Zijn kracht;
wie is een Leraar als Hij?
23 Wie heeft Hem Zijn weg voorgeschreven?
Of wie heeft gezegd: U hebt onrecht gedaan?
24 Denk eraan dat je Zijn werk groot maakt,
dat de mensen bezingen.
25 Alle mensen zien het;
de sterveling aanschouwt het van verre.
26 Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet;
het getal van Zijn jaren is niet te doorgronden.
27 Want Hij trekt de waterdruppels omhoog,
die na Zijn damp regen uitgieten.
28 Zij laten de wolken stromen,
zij druipen overvloedig op de mensen neer.
29 Kan iemand ook begrijpen hoe de wolken zich uitbreiden,
en het dreunen uit Zijn hut?
30 Zie, Hij spreidt Zijn licht erover uit,
en Hij bedekt de diepten van de zee.
31 Want daardoor spreekt Hij recht over de volken;
Hij geeft voedsel in overvloed.
32 Met Zijn handen bedekt Hij het licht,
en beveelt het zijn doel te treffen.
33 Zijn geroep kondigt Hem aan,
evenals het vee de komende storm.


Job 37
1 Ja, hierover beeft mijn hart,
en het springt op van zijn plaats.
2 Luister aandachtig naar het daveren van Zijn stem,
en naar het geluid dat uit Zijn mond komt!
3 Hij laat het los onder heel de hemel,
en Zijn licht tot over de einden van de aarde.
4 Daarna brult Hij met Zijn stem;
Hij dondert met de stem van Zijn majesteit.
Hij houdt die dingen niet terug,
als Zijn stem gehoord wordt.
5 God dondert wonderbaar met Zijn stem;
Hij doet grote dingen en wij begrijpen ze niet.
6 Want Hij zegt tegen de sneeuw: Wees op de aarde.
Ook tegen de slagregen van de regen;
en dan is er de slagregen van Zijn sterke regens.
7 Hij verzegelt de hand van ieder mens,
zodat alle mensen Zijn werk kennen.
8 De wilde dieren gaan naar hun schuilplaatsen,
en blijven in hun holen.
9 Uit Zijn kamer komt de wervelwind,
en van de verstrooiende winden komt de kou.
10 Door de adem van God geeft Hij ijs,
zodat de brede wateren verstijven.
11 Ook maakt Hij de wolken zwaar van vocht;
Hij spreidt de wolk van Zijn licht uit.
12 Die gaat naar Zijn wijze raad alle kanten uit,
om te doen alles wat Hij hun gebiedt
op het oppervlak van de wereld, op de aarde.
13 Hij beschikt het voor Zijn land, hetzij tot een roede,
hetzij tot goedertierenheid.
14 Hoor dit aan, Job!
Blijf staan en let op de wonderen van God.
15 Weet je hoe God ze rangschikt,
en hoe Hij het licht van Zijn wolk laat schijnen?
16 Weet je hoe de wolken zweven?
Ken je de wonderen van Hem Die volmaakt in kennis is?
17 Weet je hoe je kleren warm worden
als Hij de aarde stil maakt vanuit het zuiden?
18 Heb je samen met Hem de hemel uitgespannen,
die vast is als een gegoten spiegel?
19 Maak ons bekend wat wij tegen Hem moeten zeggen,
want wij kunnen niets voor Hem uiteenzetten vanwege de duisternis.
20 Zal het aan Hem verteld worden, als ik zo spreek?
Als iemand dat zegt, zal hij zeker verslonden worden.
21 Nu ziet men het licht niet,
het schijnt in de wolken,
maar als de wind langsgaat, zuivert hij die.
22 Uit het noorden komt goud;
bij God is een ontzagwekkende majesteit!
23 De Almachtige, wij kunnen Hem niet vinden;
Hij is groot van kracht en recht
en hoogst rechtvaardig; Hij onderdrukt niet.
24 Daarom vrezen de mensen Hem;
maar alle eigenwijzen van hart ziet Hij niet aan.

main | random | psalm | spreuk | populair | help