main | random | psalm | spreuk | populair | help

Psalmen 70
Gebed om spoedige hulp
1 Een psalm van David, voor de koorleider, om te doen gedenken.
2 Haast U, o God, om mij te redden;
HEERE, kom mij spoedig te hulp.
3 Laat beschaamd en rood van schaamte worden
wie mij naar het leven staan;
laat terugwijken en te schande worden
wie vreugde vinden in mijn onheil.
4 Laat als loon voor hun smaad terugkeren
wie zeggen: Haha!
5 Laat in U vrolijk en verblijd zijn
allen die U zoeken;
laat wie Uw heil liefhebben, voortdurend zeggen:
Laat God groot gemaakt worden!
6 Maar ik ben ellendig en arm;
o God, kom spoedig tot mij.
U bent mijn Hulp en mijn Bevrijder.
HEERE, wacht niet langer!


Psalmen 71
1 Tot U, HEERE, heb ik de toevlucht genomen;
laat mij niet voor eeuwig beschaamd worden.
2 Red mij door Uw gerechtigheid en bevrijd mij,
neig Uw oor tot mij en verlos mij.
3 Wees mij tot een rots om daarin te wonen,
om voortdurend daarin te gaan.
U hebt bevel gegeven om mij te verlossen,
want U bent mijn rots en mijn burcht!
4 Mijn God, bevrijd mij uit de hand van de goddeloze,
uit de hand van wie onrecht bedrijft en van wie wreed is.
5 Want U bent mijn hoop, Heere HEERE,
mijn vertrouwen vanaf mijn jeugd.
6 Op U heb ik gesteund van de moederschoot af,
van de baarmoeder af bent U mijn Helper;
voortdurend zal mijn lof van U zijn.
7 Ik ben voor velen als een teken geweest,
maar U bent mijn sterke toevlucht.
8 Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof
en met Uw luister, de hele dag.
9 Verwerp mij niet ten tijde van de ouderdom;
verlaat mij niet nu mijn kracht vergaat.
10 Want mijn vijanden spreken over mij;
wie op mijn ziel loeren, beraadslagen samen,
11 en zeggen: God heeft hem verlaten,
jaag hem na en grijp hem, want er is niemand die redt.
12 O God, blijf niet ver van mij;
mijn God, kom mij spoedig te hulp.
13 Laat beschaamd en vernietigd worden
wie mijn tegenstanders zijn;
laat met smaad en schande bedekt worden
wie mijn onheil zoeken.

main | random | psalm | spreuk | populair | help

Psalmen 71:14
Maar ík blijf voortdurend hopen
en zal U nog meer loven.


15 Mijn mond zal van Uw gerechtigheid vertellen,
van Uw heil de hele dag,
hoewel ik de afmetingen ervan niet weet.
16 Ik zal komen met de machtige daden van de Heere HEERE,
ik zal Uw gerechtigheid in herinnering roepen, de Uwe alleen.
17 O God, U hebt mij onderwezen vanaf mijn jeugd
en tot nu toe verkondig ik Uw wonderen.
18 Ja, ook nu de ouderdom en grijsheid gekomen is –
verlaat mij niet, o God,
totdat ik deze generatie Uw sterke arm verkondigd heb,
alle nakomelingen Uw macht.
19 Uw gerechtigheid, o God, reikt tot in de hoogte,
want U hebt grote dingen gedaan.
O God, wie is aan U gelijk?
20 U, Die mij veel benauwdheden en ellende hebt doen zien,
U zult mij weer levend maken en mij weer optrekken
uit de diepe wateren van de aarde.
21 U zult mijn aanzien vergroten
en mij omringen met Uw troost.
22 Ook ik zal U loven met de luit
en Uw trouw prijzen, mijn God;
ik zal voor U psalmen zingen met de harp,
Heilige van Israël!
23 Mijn lippen zullen vrolijk zingen, wanneer ik psalmen voor U zal zingen,
mijn ziel, die U verlost hebt.
24 Ja, mijn tong zal de hele dag
Uw gerechtigheid tot uiting brengen,
want zij zijn beschaamd, ja, zij zijn rood van schaamte geworden
wie mijn onheil zoeken.


Psalmen 72
Gebed voor Salomo
1 Voor Salomo.
O God, geef de koning Uw recht
en Uw gerechtigheid aan de zoon van de koning.
2 Dan zal hij over Uw volk rechtspreken met gerechtigheid
en over Uw ellendigen met recht.
3 De bergen zullen voor het volk vrede dragen
en de heuvels, met gerechtigheid.
4 Hij zal de ellendigen van het volk recht doen,
Hij zal de kinderen van de arme verlossen
en de onderdrukker verbrijzelen.
5 Zij zullen U vrezen, zolang de zon en de maan er zijn,
van generatie op generatie.
6 Hij zal neerdalen als regen op het gemaaide veld,
als regendruppels die de aarde bevochtigen.
7 In Zijn dagen zal de rechtvaardige tot bloei komen;
er zal grote vrede zijn, tot de maan er niet meer is.
8 Hij zal heersen van zee tot zee,
van de rivier de Eufraat tot de einden der aarde.
9 De woestijnbewoners zullen voor Hem neerbukken,
Zijn vijanden zullen het stof oplikken.
10 De koningen van Tarsis en de kustlanden
zullen schatting brengen;
de koningen van Sjeba en Seba
zullen schatten aanvoeren.
11 Ja, alle koningen zullen zich voor Hem neerbuigen,
alle heidenvolken zullen Hem dienen.
12 Want Hij zal de arme redden die om hulp roept,
en de ellendige, en wie geen helper heeft.
13 Hij zal de geringe en arme sparen
en de ziel van de armen verlossen.
14 Hij zal hun ziel van list en geweld bevrijden,
hun bloed is kostbaar in Zijn ogen.
15 Hij zal leven!
Men zal Hem van het goud van Sjeba geven,
men zal voortdurend voor Hem bidden,
de hele dag zal men Hem zegenen.
16 Is er een handvol koren op het land,
op de top van de bergen,
de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon;
de stedelingen zullen bloeien als het gewas op de aarde.
17 Zijn Naam zal voor eeuwig blijven;
zolang de zon er is, wordt Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant.
Zij zullen in Hem gezegend worden;
alle heidenvolken zullen Hem gelukkig prijzen.
18 Geloofd zij de HEERE God, de God van Israël;
Hij doet wonderen, Hij alleen.
19 Geloofd zij voor eeuwig Zijn heerlijke Naam;
laat heel de aarde met Zijn heerlijkheid vervuld worden.
Amen, ja, amen.
20 Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï.

main | random | psalm | spreuk | populair | help